Inrichting Disaster Recovery Management

De ICT-serviceorganisatie van een internationaal opererend productiebedrijf wil weten of de Disaster Recovery (DR) functioneert.

Situatieschets

De serviceorganisatie levert ERP-software voor een 30-tal wereldwijd verspreidde fabrieken als Software As A Service (SAAS) en host deze op de centrale locatie van de ICT-service­organisatie. Een schaduw-installatie op + 400 km afstand wordt actueel gehouden door middel van database- en VMWare-synchronisatie. De beschikbaarheidseisen staan beschreven in de SLA’s met de afzonderlijke fabrieken. Het beschikbaar zijn van de ERP-software is van groot belang voor de continuïteit van de productie van de fabrieken. De aanwezigheid van een adequaat functionerende Disaster Recovery faciliteit is een company-policy voor alle bedrijfsonderdelen en is onderwerp van jaarlijkse audits.

Methode

De Ventus projectmanager is gevraagd om toepasbaarheid van de Disaster Recovery inrichting te toetsen en aantoonbaar te maken. In samenspraak met de opdrachtgever, de directeur van het betreffende service center, is een gefaseerde aanpak bepaald om de projectresultaten optimaal te kunnen managen en maximaal gebruik te kunnen maken van de leerervaringen. Dit heeft vorm gekregen tijdens de evaluatie-workshops bij de faseovergangen

De fasering bestond uit het opschalen van de scope van toetsing van de Failover.

  • Failover binnen een “bubbel” voor 4 fabrieken, zonder interne koppeling met aanpalende systemen of partijen
  • Failover van de testomgeving van 1 fabriek met koppeling naar interne systemen, zonder koppeling met externe partijen
  • Failback van de testomgeving van 1 fabriek met koppeling naar interne systemen, zonder koppeling met externe partijen
  • Failover van de productieomgeving van 1 fabriek met interne en externe koppelingen
  • Failback van de productieomgeving van 1 fabriek met interne en externe koppelingen

Na elke fase heeft een evaluatie plaatsgevonden en zijn verbeteringen geïmplementeerd. Bij elke volgende stap werd de scope en het aantal betrokkenen/stakeholders uitgebreid.

Het project is georganiseerd, opgezet en gepland conform PMBOK (gebruikte standaard binnen dit bedrijf). Aangezien het project het volledig functioneren van de ERP-systemen (en aanpalende systemen) betrof, is een uitgebreide projectorganisatie opgezet met daarin betrokkenheid van:

  • Local representatives (4x) van fabrieken
  • Service Desks (4x) voor de betrokken fabrieken
  • Business consultants (12x) voor alle functionele gebieden
  • ICT-engineers met kennisgebieden Databases, Networking, VMWare en Operation systems

Resultaat

Door uitvoering van het project is aantoonbaar bewezen dat:

  • Failover proces en techniek voldoen aan gestelde normen
  • Failback proces en techniek voldoen aan gestelde normen

Conclusie

Door het migreren van veel beheeromgevingen naar één centrale beheeromgeving is het beveiligen van de beheeromgevingen eenvoudiger geworden. De doorlooptijd per deelmigratie is inmiddels met 30% verminderd, door het steeds gestructureerder aanpakken van de migraties. De verwachting is dat de doorlooptijd nog verder zal verminderen doordat steeds meer standaard bouwblokken gebruikt gaan worden.